Het zorgsysteem op onze school

Voordat de leerlingen op school komen hebben ze praktisch allemaal de peuterspeelzaal bezocht. Deze peuterspeelzaal staat naast de school.
Regelmatig is er overleg tussen de leidsters van de peuterspeelzaal en de leerkrachten van groep 1 en 2. De problemen met kinderen die er zijn worden dan besproken.
Ook is er overleg over het observatiesysteem dat door beide partijen wordt gebruikt.
Bij opvallende problemen worden ouders op dat moment al ingeseind en kunnen ze actie ondernemen. Ook kan dan al professionele hulp worden aangeboden via instanties die bij het onderwijs zijn betrokken.
Vanaf groep 0-1 worden de kinderen verder gevolgd aan de hand van het cito-leerlingenvolgsysteem, het kleutervolgsysteem van “Kleuterplein”en scol.
Ook wordt op dat moment een dossier over het kind aangelegd. Informatie die vanaf de peuterspeelzaal is meegekomen kan ook in dit dossier worden verwerkt.

Leerling-besprekingen

2x per jaar is er een leerling-bespreking.
Elke leerkracht kan hier leerlingen inbrengen aan de hand van een bespreek-formulier.
Op dit formulier moet duidelijk worden aangegeven waarom men de leerling inbrengt,
wat men al gedaan heeft om het probleem op te lossen en wat men eventueel van plan is om in de toekomst te gaan doen.
Van de bespreking wordt een verslag gemaakt en eventuele afspraken worden hierin vastgelegd.

Rapportage

Twee keer per jaar krijgen alle leerlingen een rapport, in februari en in juni. Dus ook de kinderen in groep 1 en 2.
Ook de kinderen in groep 0, die voor 1 januari zijn geboren, krijgen een rapport. Deze kinderen worden gezien als groep 1 kinderen.

In september is er voor alle groepen een 10 minutengesprek waarin niet de prestatie aan de orde komen, maar het welbevinden van de kinderen. Hoe kunnen ouders en leerkrachten er samen voor zorgen dat het kind met plezier naar school gaat en optimaal presteert.
Tijdens deze gesprekken worden ook afspraken gemaakt omtrent activiteiten die ouders thuis met hun kinderen doen.

Voordat deze rapporten aan de kinderen worden uitgedeeld worden ze in het team besproken.
Het is niet de bedoeling dat alle rapporten aan de orde komen.
Wel de rapporten waarbij zich problemen voordoen, of waar plotseling een grote verandering optreedt, zowel in positieve als negatieve zin.
De rapporten worden, een week nadat ze mee zijn gegeven aan de kinderen, met de ouders besproken.
Tijdens dit gesprek worden de beoordelingen verduidelijkt en kunnen ouders ook hun op of aanmerkingen kwijt.
Afspraken, op of aanmerkingen, worden genoteerd op een formulier, dat door zowel ouders als leerkrachten wordt ondertekend.
Dit formulier maakt weer onderdeel uit van het leerlingdossier.
Mocht de tijd niet toereikend zijn om het gesprek af te ronden, dan zal er een vervolgafspraak worden gemaakt.

Extra hulp

Mocht een kind op een bepaald moment minder presteren op een onderdeel, dan
wordt er in de groep, door de groepsleerkracht extra hulp geboden.
Van deze extra hulp wordt een aantekening gemaakt op in de klassenmap.
Hierin wordt kort omschreven wat het probleem is en wat er aan gedaan wordt.
Deze extra hulp kan ook worden gegeven in overleg met de i.b-er.
Extra hulp op een bepaald onderdeel mag niet langer duren dan zes weken.
Is er in die zes weken weinig of geen resultaat geboekt dan zal er een handelingsplan
worden geschreven.

Onderzoek door derden

Als handelingsplannen geen voldoende resultaat geven zullen we het kind aan moeten melden voor een onderzoek door derden.
Voor dit onderzoek is het nodig, dat de ouders toestemming verlenen.
Het onderzoek wordt gedaan door de orthopedagoog van Catent.
Het resultaat van dit onderzoek is bepalend voor de verdere begeleiding van het kind.
Ons uitgangspunt is, dat het kind in het gewone basisonderwijs blijft.
Daarvoor moet wel aan een aantal criteria worden voldaan:

– Het kind moet zich nog gelukkig voelen op school.
– Er moet voldoende vooruitgang geboekt worden.
– Het kind mag door gedrag geen zodanige invloed hebben op de groep dat deze daaronder
gaat lijden.
– De ouders moeten beseffen en akkoord gaan met het feit dat het kind de eindtermen van het basisonderwijs vermoedelijk niet zal behalen en de keuze voor voortgezet onderwijs beperkt zal zijn.
Als aan deze voorwaarden wordt voldaan zal in overleg met de onderzoeksinstantie, de i.b-er, de leerkracht en eventueel de r.t-er voor de leerling een individueel programma worden samengesteld.
Dit kan zijn voor één vakgebied, maar ook voor meerdere vakgebieden.
De vooruitgang zal elke 8 weken getoetst en besproken worden. Eventueel kunnen dan aanpassingen worden gedaan. De toetsen die gebruikt worden kunnen zowel methode gebonden zijn als van het cito-leerlingenvolgsysteem.
De laatste toetsen moeten dan worden afgenomen aan de hand van het niveau waarop het kind zich op dat moment bevindt en niet op het niveau van leeftijdgenoten.
Mocht aan één of meer van bovenstaande criteria niet meer worden voldaan dan zal alsnog worden overwogen om het kind aan te melden bij een school voor speciaal onderwijs.

Versneld doorstromen

Het kan voorkomen dat kinderen zich veel sneller ontwikkelen dan leeftijdgenootjes.
We moeten ons dan afvragen of het zinvol is om het kind een jaar over elke groep te laten doen. Als aan de hand van toetsen en eventueel ander onderzoek blijkt dat het kind de leerstof van een bepaalde groep al beheerst, moet het kind versneld door kunnen stromen naar een hogere groep. Wel moet er terdege rekening worden gehouden met de sociaal – emotionele ontwikkeling van het kind. Om deze ontwikkeling niet te kort te doen kan het raadzaam zijn om het kind te handhaven in een groep met leeftijdgenootjes. Binnen deze groep kan het kind een aangepast programma krijgen dat voldoet aan de intellectuele mogelijkheden van het kind.
De evaluatie en samenstelling van deze programma’s vindt op dezelfde wijze plaats als dat van de handelingsplannen.

Verlengde kleuterperiode, een klas overdoen of overslaan

Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft. We nemen dan, in overleg met de ouders, het besluit om de kleuterperiode te verlengen of het kind de groep een jaar over te laten doen. We doen dit alleen als alle overwegingen maken dat dit de beste keuze voor een leerling is.
Ondanks de differentiatie kan het zo zijn dat de aangeboden lesstof structureel als te gemakkelijk wordt ervaren. We kunnen dan overwegen of het in het belang van een leerling is om te versnellen (klas overslaan). De procedure van overleg en het bekijken van de mogelijkheden kent dezelfde duidelijke structuur als bij de beslissing tot een klas overdoen, waarin ouders, de groepsleerkracht en de intern begeleider betrokken zijn.

In groep 1 en 2 wordt aan de hand van de cito-toetsen, scol en kleutervolgsysteem bekeken of het kind er aan toe is om naar een volgende groep te gaan. Mocht dit niet het geval zijn, dan wordt aan de ouders geadviseerd om het kind een jaar over te laten doen. Als ouders het hier niet mee eens zijn kan er een onderzoek door het c.c.a.t plaats vinden. De resultaten van dit onderzoek zijn dan bindend voor beide partijen. Als er geen onderzoek plaatsvindt is het laatste woord aan de directeur van de school. Hij beslist uiteindelijk of het kind door gaat naar een volgende groep of niet.
In de groepen 3 t/m 8 ligt het zwaartepunt vooral op de cognitieve vakken.
Mocht het kind in de groepen 3 t/m 6 op bepaalde gebieden een te grote achterstand hebben opgelopen, ondanks handelingsplannen enz. en mag er verwacht worden dat het kind door een extra jaar onderwijs, de school met een acceptabel niveau kan verlaten dan zal een dringend advies worden gegeven om het kind te laten doubleren.
Ook hier kan worden besloten dat er eerst een aanvullend onderzoek zal worden gedaan.
De uitkomst van dit onderzoek is wederom bindend. Als er geen onderzoek wordt gedaan is het laatste woord aan de leerkrachten van de school.
Doubleren is soms te verkiezen boven een aangepast programma, vooral als men het idee heeft, dat het kind in de toekomst voldoende capaciteiten zal ontwikkelen.
Het te vroeg op een aangepast programma zetten van een kind heeft vaak tot gevolg dat de eindtermen basisonderwijs niet worden gehaald en de keuzes voor het voortgezet onderwijs hierdoor wel erg beperkt worden.
De criteria voor wel of niet doubleren zijn moeilijk op papier te zetten. Dit kan erg afhankelijk zijn van de totale ontwikkeling en mogelijkheden van een individueel kind.
In grote lijnen kan men er van uitgaan, dat minimaal 2 van de 4 volgende onderdelen zwak of onvoldoende moeten zijn om een kind te laten doubleren. Deze onderdelen zijn:
technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekenen. De exacte criteria liggen op school ter inzage.

Sociaal emotioneel

Om een goed beeld te krijgen van het kind, ook op sociaal emotioneel gebied, wordt gebruik gemaakt van Scol. Dit is een vragenlijst die twee keer per jaar door de leerkracht wordt ingevuld. Tijdens de 10 minutengesprekken zullen deze uitkomsten met u worden besproken.

Cito-toetsen
De school maakt gebruik van het Cito-leerlingenvolgsysteem.
Daarnaast gebruiken we de eindtoets Cito en de Friese plaatsingswijzer.

Als kinderen worden aangemeld bij het voorgezet onderwijs wordt er naast het aanmeldingsformulier een uitgebreid rapport ingevuld over elke leerling. Eventuele problemen en sterke punten van het kind worden omschreven.
Dit formulier wordt mede door de ouders ondertekend. Ook kunnen ouders eventueel aanvullingen geven.
Naast deze formulieren worden de kinderen ook nog mondeling besproken met de brugklas- coördinator. In de loop van het eerst jaar is er nog weer contact om te kijken hoe de leerlingen het in het voorgezet onderwijs doen. Tevens ontvangen we minimaal de eerste twee jaar de rapporten van de oud-leerlingen. Mochten daar onverwachte veranderingen optreden, dan wordt contact opgenomen met de school voor voortgezet onderwijs om te bekijken wat de oorzaak van de problemen zijn. Mochten dezelfde problemen bij meer van onze oud-leerlingen spelen, dan zou de oorzaak gezocht kunnen worden binnen onze school en zal er actie worden ondernomen.

Materialen die gebruikt worden
Kleuterplein
Leerlingenvolgsysteem Cito rekenen voor kleuters
taal voor kleuters
rekenen
spelling
begrijpend lezen
woordenschat groep 3 t/m 8
tempotoets lezen
DMT
Avi toetsen
Methode gebonden toetsen
Scol
Iep eindtoets groep 8
Nio onderzoek ( intelligentiebepaling)
Leerlingen dossiers
Eigen orthotheek.

Personele inzet
Intern begeleider
Remedial teacher
Groepsleerkracht

Instanties buiten de school
Schoolarts
Orthopedagoog (in dienst van de stichting Catent)
C.C.A.T van Catent.